Open the app

„to hang" in Dutch

How do you say "to hang" in Dutch?

to hang hangen, hing, gehangen /hˈaŋ hˈʌŋ hˈʌŋ/

✓ Verified by a human

Translations 2

  • hang, hung, hung hangen, hing, gehangen
  • hang gliding het zeilvliegen

Phrases 6

  • to hang on even wachten
  • to hang out rondhangen
  • Hang Ophangen
  • to hang askew scheef hangen
  • to hang oneself zich verhangen
  • to hang artwork kunst ophangen

Example sentences 22

  • Hang on to them. Houd ze vast.
  • Hang up. Ophangen.
  • Hang up! Hang op!
  • Hang it out. Hang het uit.
  • Hang in there! Houd vol!
  • Do you want to hang out? Wil je afspreken?
  • Hang on a second. Wacht een seconde.
  • They were going to hang Tom. Ze gingen Tom ophangen.
  • I'd like to go hang-gliding. Ik wil graag hanggliden.
  • He is going to hang a painting. Hij gaat een schilderij ophangen.
  • Hang up your coat, please. Hangt u uw jas toch op.
  • Hang on; we're almost there. Hou vol, we zijn er bijna.
  • First hang the lights. Eerst de lampjes hangen.
  • People used to hang the thieves. The thieves used to be hanged. Vroeger hing men de dieven op. Vroeger werden de dieven opgehangen.
  • The secretary wants to hang it on the wall. The secretary wants to hang it on it. De secretaresse wil het op de muur hangen. De secretaresse wil het erop hangen.
  • The clothes hang to dry for hours. De kleren hangen uren lang te drogen.
  • Hang your hat on the hook. Hang je hoed aan de haak.
  • Lamps hang above tables. Lampen hangen boven tafels.
  • Where does my bag hang? Waar hangt mijn tas?
  • We can't hang around here. We mogen hier niet rondhangen.
  • He is going to hang the Christmas lights. Hij gaat de kerstverlichting ophangen.
  • The lamp does not hang low. De lamp hangt niet laag.
Learn "hangen, hing, gehangen" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →