Dictionary
› employer
„employer" in Dutch
How do you say "employer" in Dutch?
employer
→
de werkgeefster
/ðɪ ɛmplˈɔɪə/
✓ Verified by a human
Translations · 2
- the employer→de werkgeefster
- the employer→de werkgever
Phrases · 6
- big employer→de grote werkgever
- top employer→de topwerkgever
- good employer→de goede werkgever
- main employer→de voornaamste werkgever
- prior employer→de vroegere werkgever
- employer brand→het werkgeversimago
Example sentences · 22
- Do you like your employer? → Vind je je werkgever aardig?
- She got a raise from her employer. → Ze kreeg opslag van haar werkgever.
- My previous employer was very friendly. → Mijn vorige werkgever was zeer vriendelijk.
- Maximizing employer benefits enhances compensation. → Werkgeversvoordelen maximaliseren verbetert compensatie.
- He received a positive evaluation from his employer. → Hij kreeg een positieve evaluatie van zijn werkgever.
- The man filed a complaint against his former employer. → De man diende een aanklacht in tegen zijn voormalige werkgever.
- I would rather my employer prioritized work-life balance. → Ik zou liever hebben dat mijn werkgever werk-privébalans prioriteert.
- Is it essential that employer benefits be fully utilized? → Is het essentieel dat werkgeversvoordelen volledig worden benut?
- The construction sector is usually the largest employer in a country. → De bouwsector is meestal de grootste werkgever in een land.
- Germany is to ban employers from snooping on Facebook. → Duitsland gaat werkgevers verbieden op Facebook te snuffelen.
- Employers get the product on loan for ten euros a month. → Werkgevers krijgen de product in bruikleen voor tien euro per maand.
- The jobseekers and employers do not find each other. → De werkzoekenden en werkgevers vinden elkaar niet.
- The law ensures that employers do not exploit workers. → De wet zorgt ervoor dat werkgevers arbeiders niet uitbuiten.
- I'm self-employed. → Ik ben freelancer.
- I'm one of your employees. → Ik ben één van je werknemers.
- Employees have to sign in. → Werknemers moeten inloggen.
- Employees must log in at 9 AM. → Werknemers moeten om 9 uur 's ochtends inloggen.
- non-technical employees → niet-technische medewerkers
- Sami couldn't pay employees. → Sami kon werknemers niet betalen.
- I have thirteen employees. → Ik heb dertien medewerkers.
- The employees were polite. → De werknemers waren vriendelijk.
- The employees were not rude. → De werknemers waren niet onbeleefd.
See also
Learn "de werkgeefster" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.