„to complain" in Dutch
How do you say "to complain" in Dutch?
to complain klagen /kəmplˈeɪn kəmplˈeɪnɪŋ/
Phrases 6
- complain, complaining klagen
- complain reclameren
- complain Klagen
- to complain about klagen
- to complain about klagen over
- to complain always altijd klagen
Example sentences 24
- to complain less minder klagen
- Who am I to complain? Wie ben ik om te klagen?
- Who can I complain to? Bij wie kan ik een klacht indienen?
- I can't complain. Ik kan niet klagen.
- He didn't want to complain. Hij wilde niet klagen.
- Tom didn't complain. Tom klaagde niet.
- Don't complain. You have to go. Klaag niet. Je moet gaan.
- We must not complain. We mogen niet klagen.
- I have nothing to complain about. Ik heb niets te klagen.
- Tom would never complain. Tom zou nooit klagen.
- There is nothing to complain about. Er valt niets te klagen.
- They have nothing to complain about. Ze hebben niets te klagen.
- Don't complain, don't explain. Klaag niet, leg niet uit.
- We didn't complain at all. We hebben helemaal niet geklaagd.
- I want to complain about the service. Ik wil over de service klagen.
- I want to complain about the service. Ik wil een klacht indienen over de service.
- I am writing to thank, not to complain. Ik schrijf om te bedanken, niet om te klagen.
- What did they complain about? Worüber haben sie sich beklagt?
- They complain in relation to the decision. Ze klagen met betrekking tot de beslissing.
- My customers never complain. Mijn klanten reclameren nooit.
- Greedy people always complain. Gierige mensen klagen altijd.
- Some people seem to complain about everything. Sommige mensen klagen over alles.
- Would people complain about that? Zouden mensen daarover klagen?
- Why do you have to complain all the time? Waarom moet je altijd maar klagen?
Learn "klagen" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.