„to cheer up" in Dutch
How do you say "to cheer up" in Dutch?
to cheer up juichen /tə tʃˈiə/
✓ Verified by a human
Translations 3
- to cheer juichen
- to cheer, cheered, cheered aanmoedigen, moedigde aan, heeft aangemoedigd
- the cheer de blijdschap
Phrases 6
- to cheer oneself up zichzelf opvrolijken
- to cheer someone up iemand opvrolijken
- to cheer somebody up iemand opvrolijken
- cheer somebody up iemand opbeuren
- cheer somebody up iemand troosten
- to cheer loudly luid juichen
Example sentences 21
- Cheer up! Kop op!
- She tried to cheer him up. Ze probeerde hem op te vrolijken.
- They sang a song to cheer up Eeyore. Ze zongen een liedje om Ieoor op te vrolijken.
- The girl tried to cheer up her sad friend. Het meisje probeerde haar verdrietige vriendin op te vrolijken.
- Tom's friends did their best to cheer him up. Toms vrienden deden hun best om hem op te vrolijken.
- Mary's friends did their best to cheer her up. Mary's vrienden deden hun best om haar op te vrolijken.
- I hoped that it would cheer him up. Ik hoopte dat het hem zou opvrolijken.
- Cheer up John. There are more fish in the sea. Kop op, John. Er zijn meer vissen in de zee.
- Cheer up! Things are not as bad as you think. Kop op! Het is niet zo erg als je denkt.
- Tom tried to cheer Mary up, but she kept on crying. Tom probeerde Mary op te vrolijken, maar ze bleef huilen.
- I tried to cheer him up when I saw his sad face. Ik probeerde hem op te vrolijken toen ik zijn trieste gezicht zag.
- He told them to cheer louder. Hij zei tegen hen dat ze harder moesten juichen.
- Can we cheer loudly? Kunnen wij luid juichen?
- He doesn't cheer loudly. Hij juicht niet luid.
- They cheer for the team. Ze moedigen het team aan.
- When I'm in a bad mood, I like to think of stoats to cheer myself up. Als ik in een slecht humeur ben, denk ik graag aan hermelijnen om mezelf op te vrolijken.
- Do you cheer for any team? Juich je voor een team?
- They didn’t cheer loudly enough. Ze juichten niet luid genoeg.
- Can you cheer for our team? Kun je voor ons team juichen?
- We should cheer for our team. We moeten voor ons team juichen.
- Some people didn't cheer for him. Sommige mensen juichten niet voor hem.
Learn "juichen" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.