Open the app

„meeting" in Dutch

How do you say "meeting" in Dutch?

meeting Bijeenkomst /mˈiːtɪŋ/

Phrases 6

  • Meeting Bijeenkomst
  • Meeting ik ontmoet
  • when meeting wanneer je elkaar ontmoet
  • when meeting bij het ontmoeten
  • meeting date vergaderdatum
  • meeting over Einde vergadering

Example sentences 24

  • I am meeting him. Ik ga hem ontmoeten.
  • I love meeting people. Ik vind het leuk om mensen te ontmoeten.
  • We're meeting for lunch. We ontmoeten elkaar voor de lunch.
  • How about meeting today? Zouden we vandaag een afspraak maken?
  • Thanks for meeting me. Dank u wel dat u mij wilde ontmoeten.
  • I'll be meeting with Tom. Ik heb een afspraak met Tom.
  • Friends meeting each other Vrienden die elkaar ontmoeten,
  • Thank you for meeting me. Bedankt voor het ontmoeten.
  • I am not meeting with him. Ik ontmoet hem niet.
  • I remember meeting the queen. Ik herinner me dat ik de koningin ontmoette.
  • Where are we meeting tonight? Waar ontmoeten we elkaar vanavond?
  • Are you meeting on Wednesday? Kom je op woensdag?
  • I’m meeting Anna this evening. Ik ontmoet Anna vanavond.
  • He isn't meeting you somewhere. Hij ontmoet je niet ergens.
  • Are they meeting you somewhere? Ontmoeten ze je ergens?
  • I do not regret meeting you. Ik heb geen spijt u te ontmoeten.
  • Tom is meeting with a client. Tom heeft een afspraak met een klant.
  • We are meeting tomorrow at 6. We zien elkaar morgen om 6 uur.
  • We are not meeting on Friday. We ontmoeten elkaar niet op vrijdag.
  • I remember meeting her somewhere. Ik heb de indruk dat ik haar al ergens ontmoet heb.
  • I look forward to meeting you. Ik kijk er naar uit om je te ontmoeten.
  • What time are you meeting him? Hoe laat ontmoet je hem?
  • I am not meeting him tomorrow. Ik ontmoet hem morgen niet.
  • staff meeting personeelsvergadering
Learn "Bijeenkomst" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →