Open the app

„manoeuvre" in Dutch

How do you say "manoeuvre" in Dutch?

manoeuvre manoeuvreren /tə mənˈuːvə/

✓ Verified by a human

manoeuvre

Translations 4

  • to manoeuvre manoeuvreren
  • maned duck de manengans
  • the man, the men de man, de mannen
  • the man, the men de mens, de mensen

Phrases 6

  • overtaking manoeuvre de inhaalmanoeuvre
  • room for manoeuvre de manoeuvreerruimte
  • easy manoeuvrability de grote wendbaarheid
  • a mansion, the mansions een herenhuis, de herenhuizen
  • the mansion, the mansions het herenhuis, de herenhuizen
  • the mansion, the mansions het grote huis, de grote huizen

Example sentences 20

  • The manor isn't a place to party. Het landhuis is geen plek om te feesten.
  • Man is a wolf to man. De mens is een wolf voor de mens.
  • Man up! Wees een man!
  • Man doesn't eat man. Mensen eten geen mensen.
  • Man-child. Man-kind.
  • Many men died at sea. Vele mannen stierven op zee.
  • Man was not born but made man. Mensen worden niet geboren maar gevormd.
  • Manners maketh man. Manieren maken de man.
  • Many will die. Velen zullen sterven.
  • He is not a man of rough manners. Hij is geen man van een ruwe aard.
  • Can a man of rough manners not be? Kan een man van een ruwe aard niet zijn?
  • The man is old. It's an old man. De man is oud. Het is een oude man.
  • Many people have a T.V. Veel mensen bezitten een T.V.
  • I am a man. Ik ben een man.
  • He's always mansplaining. Hij is altijd aan het mansplainen.
  • I managed to get in. Het is mij gelukt om binnen te komen.
  • Many thanks. Erg bedankt.
  • Many people do this. Veel mensen doen dit.
  • A man of rough manners does not want to be. Hij wil geen man van een ruwe aard zijn.
  • We have managed to ... We zijn erin geslaagd om ...
Learn "manoeuvreren" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →