Open the app

„lately" in Dutch

How do you say "lately" in Dutch?

lately de laatste tijd luisteren /tə lˈɪsən lˈeɪtli/

Phrases 6

  • to listen lately de laatste tijd luisteren
  • good days lately goede dagen de laatste tijd
  • to see somebody lately iemand de laatste tijd zien
  • but lately I’ve been doing better maar de laatste tijd gaat het beter met me
  • but lately I’ve been doing better maar de laatste tijd gaat het beter
  • Has his speech become bolder lately? Is zijn toespraak de laatste tijd moediger geworden?

Example sentences 24

  • He died lately. Hij stierf de laatste tijd.
  • Seen any movies lately? Heb jij de laatste tijd nog films bekeken?
  • I have been busy lately. Ik heb het de laatste tijd druk gehad.
  • Lately everyone seems happy. Iedereen lijkt de laatste tijd gelukkig.
  • Have you confessed lately? Heb je recentelijk gebiecht?
  • Where have you been lately? Waar heb je de laatste tijd gezeten?
  • Have you seen them lately? Heb je ze de laatste tijd gezien?
  • He hasn't been around lately. Hij is er de laatste tijd niet geweest.
  • He's been acting odd lately. Hij heeft zich de laatste tijd vreemd gedragen.
  • Lately I haven’t slept well. De laatste tijd heb ik niet goed geslapen.
  • I haven't worked much lately. Ik heb de laatste tijd niet veel gewerkt.
  • They haven't spoken much lately. Ze hebben de laatste tijd niet veel gesproken.
  • I've been crying a lot lately. Ik heb veel gehuild de laatste tijd.
  • He hasn't been listening lately. Hij luistert de laatste tijd niet.
  • We haven't learned anything lately. We hebben de laatste tijd niets geleerd.
  • She has become very skinny lately. Ze is de laatste tijd heel mager geworden.
  • Have you been doing better lately? Gaat het de laatste tijd beter met je?
  • Have you been doing better lately? Gaat het de laatste tijd beter met jou?
  • Have you had good days lately? Heeft u de laatste tijd goede dagen gehad?
  • But lately I’ve been doing better. Maar de laatste tijd gaat het beter met me.
  • But lately I’ve been doing better. Maar de laatste tijd gaat het beter.
  • He hasn't worked so much lately. Hij heeft de laatste tijd niet zo veel gewerkt.
  • He hasn’t been doing better lately. Het gaat de laatste tijd niet beter met hem.
  • He hasn’t been doing better lately. Met hem gaat het de laatste tijd niet beter.
Learn "de laatste tijd luisteren" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →