Open the app

„hit" in Dutch

How do you say "hit" in Dutch?

hit slaan /tə hˈɪt/

✓ Verified by a human

Translations 4

  • to hit slaan
  • to hit raken
  • to hit treffen
  • hit and run het vluchtmisdrijf

Phrases 6

  • hit on slaan op
  • to hit te slaan
  • big hit het groot succes
  • real hit het succesnummer
  • real hit de echte hit
  • hit list de trefferlijst

Example sentences 20

  • Hit me. Sla me.
  • Hit Tom. Sla Tom.
  • I'm hit! Ik ben geraakt!
  • Hit the brakes. Trap op de remmen.
  • She hit him. Ze sloeg hem.
  • If you hit me, I'll hit you back. Als je me slaat, sla ik je terug.
  • Tom hit me. Tom heeft me geslagen.
  • Tom was hit. Tom was geraakt.
  • Don't hit me. Sla me niet.
  • Don't hit me! Sla me niet!
  • Tom hit a nerve. Tom raakte een gevoelige snaar.
  • I hit my sister. Ik heb mijn zusje geslagen.
  • Tom never hit me. Tom heeft me nooit geslagen.
  • You almost hit me. Je hebt me bijna geraakt.
  • Tom never hit Mary. Tom heeft Mary nooit geslagen.
  • You got hit hard. Je bent hard geraakt.
  • They hit the target. Ze hebben het doelwit getroffen.
  • Did we hit something? Hebben we iets geraakt?
  • She hit me, not him. Het raakte mij, niet hij.
  • Missiles hit the city. Raketten treffen de stad.
Learn "slaan" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →