„groceries" in Dutch
How do you say "groceries" in Dutch?
groceries de kruidenierswinkel /ðə ɡɹˈəʊsəɹɪ/
✓ Verified by a human
Translations 2
- the grocery de kruidenierswinkel
- the grocer de kruidenier
Phrases 6
- the groceries de boodschappen
- the groceries boodschappen
- buy groceries levensmiddelen kopen
- other groceries de andere boodschappen
- for the groceries voor de boodschappen
- to bring groceries boodschappen brengen
Example sentences 22
- This bag is for the groceries. Deze tas is voor de boodschappen.
- She spends wisely on groceries. Ze geeft verstandig uit aan boodschappen.
- I need a bag for the groceries. Ik heb een tas nodig voor de boodschappen.
- The groceries are not done today. De boodschappen zijn vandaag niet gedaan.
- I didn't help her with the groceries. Ik heb haar niet geholpen met de boodschappen.
- That needy family received groceries. Dat behoeftige gezin kreeg boodschappen.
- Might he use coupons for groceries? Zou hij bonnen kunnen gebruiken voor boodschappen?
- Is there a monthly budget for groceries? Is er een maandelijks budget voor boodschappen?
- The cashier bagged the customer's groceries. De caissière deed de boodschappen van de klant.
- Before they closed, they bought groceries. Ze kochten levensmiddelen voordat ze sloten.
- Put the groceries down here on the counter. Zet de boodschappen hier op de toonbank.
- Tom gave Mary some money to buy groceries. Tom gaf wat geld aan Mary om boodschappen te doen.
- Here is the list of groceries you need to do. Hier is de het lijstje met de boodschappen die je moet doen.
- Did you buy groceries before the store closed? Kocht u levensmiddelen voordat de winkel sloot?
- I always go to the supermarket for my groceries. Ik ga altijd naar de supermarkt voor mijn boodschappen.
- The customer must pay the price of the groceries. De klant moet de prijs van de boodschappen betalen.
- The supermarket brings the groceries to our home. De supermarkt brengt de boodschappen naar ons huis.
- They didn't forget to buy groceries before closing. Ze vergaten niet om levensmiddelen te kopen voordat het sloot.
- I filled the cart with groceries for the weekend. Ik vulde de winkelwagen met boodschappen voor het weekend.
- On this list are the groceries that I have to get. Op dit lijstje staan de boodschappen die ik moet halen.
- I have already placed several groceries in the fridge. In de koelkast heb ik al verschillende boodschappen gelegd.
- The cashier is putting your groceries in a plastic bag. De caissière stopt al je boodschappen in een plastic tas.
Learn "de kruidenierswinkel" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.