„grape" in Dutch
How do you say "grape" in Dutch?
grape de druif /ðə ɡɹˈeɪp/
✓ Verified by a human
Translations 2
- the grape de druif
- grapes druiven
Phrases 6
- red grape de rode druif
- grape must de druivenmost
- grape pulp de druivenpulp
- grape skin de druivenschil
- grape marc de druivendraf
- grape seed de druivenpit
Example sentences 22
- Ivo saw the grape. Ivo zag de druif.
- I asked for grape juice. Ik vroeg om druivensap.
- Do you have a favorite grape varietal? Heb je een favoriete druivensoort?
- That's not wine. It's only grape juice. Dat is geen wijn. Het is alleen maar druivensap.
- The grape hangs in bunches on the bush. De druif hangt in trossen aan de struik.
- I like grapes. Ik hou van druiven.
- I eat five grapes. Ik eet vijf druiven.
- Do you like grapes? Hou je van druiven?
- Thomas eats grapes. Thomas eet druiven.
- Does Tom eat grapes? Eet Tom druiven?
- My dog eats grapes. Mijn hond eet druiven.
- I don't like grapes. Ik hou niet van druiven.
- Grapes grow on vines. Druiven groeien aan wijnranken.
- How much are the grapes? Hoeveel zijn de druiven?
- Do you want some grapes? Wil je wat druiven?
- Tom doesn't like grapes. Tom houdt niet van druiven.
- Who bought these grapes? Wie heeft deze druiven gekocht?
- Who ate all the grapes? Wie heeft alle druiven gegeten?
- My brother loves grapes. Mijn broer houdt veel van druiven.
- Who brought these grapes? Wie heeft deze druiven gebracht?
- These grapes are really good. Deze druiven zijn echt goed.
- He makes wine from grapes. Hij maakt wijn van druiven.
Learn "de druif" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.