„drunkenness" in Dutch
How do you say "drunkenness" in Dutch?
drunkenness de dronkenschap /ðə dɹˈʌŋkənnəs/
✓ Verified by a human
Translations 4
- the drunkenness de dronkenschap
- drunk dronken
- drunk zat
- drunk bezopen
Phrases 6
- a drunken stupor, a drunken rage een dronken bui
- drunken driver de dronken chauffeur
- drunken driving rijden onder invloed
- is drunk wordt gedronken
- to be drunk dronken zijn
- too drunk te dronken
Example sentences 20
- Drunken driving is a serious problem. Rijden onder invloed is een ernstig probleem.
- He was fined five pounds for drunken driving. Hij kreeg een boete van vijf pond voor rijden onder invloed.
- I'm drunk. Ik ben dronken.
- A boy demolished a bus shelter in a drunken stupor. Een jongen heeft in een dronken bui een bushokje gesloopt.
- I'm a bit drunk. Ik ben een beetje dronken.
- Tom's drunk. Tom is dronken.
- The drunken sailors wrecked havoc inside the bar. De dronken zeelieden verwoestten de bar in de bar.
- Is Tom drunk? Is Tom dronken?
- He's a bit drunk. Hij is een beetje dronken.
- You're drunk. Jullie zijn dronken.
- We're too drunk. We zijn te dronken.
- I think I'm drunk. Ik denk dat ik dronken ben.
- I must be drunk. Ik ben vast dronken.
- You look drunk. Je ziet er dronken uit.
- Drunk people are so entertaining. Dronken mensen zijn zo onderhoudend.
- Drunk people are so entertaining. Dronken mensen zijn zo vermakelijk.
- I never get drunk. Ik word nooit dronken.
- He is always drunk! Hij is altijd dronken!
- Tom was dead drunk. Tom was stomdronken.
- Tom wasn't very drunk. Tom was niet heel dronken.
Learn "de dronkenschap" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.