Open the app

„divorced" in Dutch

How do you say "divorced" in Dutch?

divorced scheiden /tə dɪvˈɔːs/

✓ Verified by a human

Translations 3

  • to divorce scheiden
  • the divorce de scheiding
  • the divorce de echtscheiding

Phrases 6

  • divorced wife de gescheiden echtgenote
  • to be divorced gescheiden zijn
  • to get divorced scheiden
  • to get divorced om te scheiden
  • to get divorced gaan scheiden
  • eventually divorced uiteindelijk gescheiden

Example sentences 21

  • I'm divorced. Ik ben gescheiden.
  • Tom's divorced. Tom is gescheiden.
  • Tom is divorced. Tom is gescheiden.
  • Tom divorced Mary. Tom is van Mary gescheiden.
  • Tom may get divorced. Tom kan gaan scheiden.
  • Is your friend divorced? Is je vriend gescheiden?
  • Tom is getting divorced. Tom gaat scheiden.
  • My brother is divorced. Mijn broer is gescheiden.
  • She eventually divorced him. Uiteindelijk scheidde ze van hem.
  • Sami and Layla got divorced. Sami en Layla zijn gescheiden.
  • Tom divorced Mary last year. Tom is vorig jaar van Maria gescheiden.
  • I’m a widow. I’m not divorced. Ik ben weduwe. Ik ben niet gescheiden.
  • I don't want to get divorced. Ik wil niet scheiden.
  • Marieke got divorced last year. Marieke is vorig jaar gescheiden.
  • They divorced by mutual agreement. De echtscheiding geschiedde met wederzijdse instemming.
  • I’m not a widower. I’m divorced. Ik ben geen weduwnaar. Ik ben gescheiden.
  • How long have you been divorced? Hoe lang ben je al gescheiden?
  • Are you married? No I am divorced. Bent u getrouwd? Nee, ik ben gescheiden.
  • We divorced directly after our honeymoon. We zijn direct na de huwelijksreis gescheiden.
  • Tom and Mary got divorced last year. Tom en Mary zijn vorig jaar gescheiden.
  • They admitted that they were divorced. Ze gaven toe dat ze gescheiden waren.
Learn "scheiden" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →