„dishes" in Dutch
How do you say "dishes" in Dutch?
dishes het servies /ðə dˈɪʃɪz/
✓ Verified by a human
Translations 1
- the dishes het servies
Phrases 6
- the dishes, the dishes borden, borden
- the dishes, the dishes de borden, de borden
- dish, dishes gerecht, gerechten
- dish, dishes gerecht
- dish, dishes de schaal, de schalen
- a dish, dishes een bord, borden
Example sentences 23
- Wash the dishes. Clean the dishes. Was de vaat. Maak de vaat schoon.
- Do the dishes. Doe de vaat.
- Do the dishes now! Doe nu de afwas!
- I wash the dishes. Ik was de afwas.
- She is washing the dishes. The dishes are being washed. Zij doet de afwas. De afwas wordt gedaan.
- Please wash the dishes. Was de afwas.
- They love spicy dishes. Ze houden van pittige gerechten.
- I'll do the dishes. Ik doe de afwas wel.
- I'm doing the dishes. Ik ben de afwas aan het doen.
- Tom was washing dishes. Tom was de afwas aan het doen.
- Who likes doing dishes? Wie houdt er van afwassen?
- I'm washing the dishes. Ik ben de afwas aan het doen.
- Shall I do the dishes? Zal ik de afwas doen?
- I usually do the dishes. Gewoonlijk doe ik de afwas.
- Do you have halal dishes? Heeft u halalgerechten?
- Do you have kosher dishes? Heeft u koosjere gerechten?
- Which dishes have no meat. Welke gerechten bevatten geen vlees.
- Do you enjoy spicy dishes? Hou je van pittige gerechten?
- Wash the dishes and dry. Was de borden en droog ze.
- I helped her wash dishes. Ik hielp haar met het afwassen.
- Tom is washing the dishes. Tom doet de afwas.
- The dishes must be washed. De afwas moet worden gedaan.
- Who generally does the dishes? Wie doet er meestal de afwas?
Learn "het servies" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.