„confectioner" in Dutch
How do you say "confectioner" in Dutch?
confectioner de banketbakker /ðə kənfˈɛkʃənə/
✓ Verified by a human
Translations 4
- the confectioner de banketbakker
- confectioners' sugar de bloemsuiker
- confectioners' sugar de poedersuiker
- to confess bekennen
Phrases 6
- confectionery zoetigheid
- I gave confectionery to a friend. ik gaf een vriend zoetigheid.
- Confess the truth de waarheid bekennen
- conferred verleend
- confess Bekennen
- conference, conferences conferentie, conferenties
Example sentences 20
- When I grow up I'd like to be a confectioner. Als ik groot ben, wil ik graag banketbakker worden.
- I confessed. Ik heb bekend.
- Tom's confessed. Tom heeft bekend.
- Tom confessed to Mary. Tom bekende aan Mary.
- He confessed his crime. Hij heeft zijn misdaad bekend.
- She confessed her sins during confession. Zij bekende haar zonden tijdens de biecht.
- He confessed his sins. Hij biechtte zijn zonden op.
- The suspect confessed. De verdachte heeft bekend.
- Tom has finally confessed. Tom heeft eindelijk bekend.
- Have you confessed lately? Heb je recentelijk gebiecht?
- He confessed under duress. Hij bekende onder dwang.
- I thought Tom confessed. Ik dacht dat Tom bekende.
- Sarah confesses immediately. Sarah bekent direct.
- Do you avoid confessing your sins? Vermijd jij het belijden van je zonden?
- She confessed the tour was exhausting. Ze bekende dat de tour uitputtend was.
- The man finally confessed what he had done. De man bekende eindelijk wat hij had gedaan.
- Fadil confessed to the murder to his mother. Fadil bekende de moord aan zijn moeder.
- Is that a confession? Is dat een bekentenis?
- Tom's confused. Tom is in de war.
- He confessed that he had fallen in love with me. Hij gaf toe dat hij op mij verliefd was geworden.
Learn "de banketbakker" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.