„car accident" in Dutch
How do you say "car accident" in Dutch?
car accident het ongeluk, de ongelukken /ðɪ ˈaksɪdənt ðɪ ˈaksɪdənts/
✓ Verified by a human
Translations 3
- the accident, the accidents het ongeluk, de ongelukken
- the accident het ongeval
- the accident het toeval
Phrases 6
- the car accident het auto-ongeluk
- to have a car accident een auto-ongeluk hebben
- car accidents de auto-ongevallen
- accident, accidents ongeval, ongevallen
- accident, accidents ongeluk, ongelukken
- accident ongeluk
Example sentences 21
- Have you ever had a car accident? Heb je ooit een auto-ongeluk gehad?
- Have you ever seen a car accident? Heeft u ooit een auto-ongeluk gezien?
- Last month I had a car accident. Vorige maand had ik een auto-ongeluk.
- Tom was injured in a car accident. Tom is gewond geraakt bij een auto ongeluk.
- Tom was injured in a car accident. Tom is gewond geraakt bij een auto-ongeluk.
- She was injured in a car accident. Ze raakte gewond in een auto-ongeluk.
- She was injured in a car accident. Ze raakte gewond bij een auto-ongeluk.
- My car was damaged in the accident. Mijn auto werd beschadigd in het ongeluk.
- They were involved in a car accident. Ze waren betrokken bij een auto-ongeluk.
- The car accident caused 4 (four) injuries. Het auto-ongeval heeft 4 (vier) gewonden gemaakt.
- The car that caused the accident was red. De auto die het ongeval veroorzaakte, was rood.
- His car was a total loss from the accident. Zijn auto was total loss door het ongeluk.
- Was the car damaged after the big accident? Was de auto beschadigd na het grote ongeluk?
- My brother was injured in the car accident. Mijn broer raakte gewond bij het auto-ongeluk.
- He was seriously injured in the car accident. Hij raakte ernstig gewond bij het auto-ongeluk.
- His rehabilitation after the car accident was successful. Zijn revalidatie na het auto-ongeluk was succesvol.
- I saw the accident. I've seen the accident. Ik zag het ongeval. Ik heb het ongeval gezien.
- It is a miracle that he survived the car accident. Het is een wonder dat hij het auto-ongeluk overleefde.
- Four people were in the car when the accident happened. Er waren vier mensen in de auto wanneer het ongeval gebeurde.
- It was an accident! Het was een ongeluk!
- It was an accident! Het was een ongelukje!
Learn "het ongeluk, de ongelukken" forever
Learn this word →
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.