Open the app

„camping sites" in Dutch

How do you say "camping sites" in Dutch?

camping sites de kampeerplaats /kˈampɪŋ sˈaɪt/

✓ Verified by a human

Translations 2

  • camping site de kampeerplaats
  • camping site de kampeerplek

Phrases 6

  • the camping site de kampeerplaats
  • camping bed het campingbed
  • camping stove het campingfornuis
  • camping vacation de kampeervakantie
  • while camping Tijdens het kamperen
  • during camping Tijdens het kamperen

Example sentences 22

  • Is this camping site safe? Is deze kampeerplaats veilig?
  • The camping site wasn't clean last night. De kampeerplaats was gisteravond niet schoon.
  • Tom went camping. Tom ging kamperen.
  • Tom loves camping. Tom houdt van kamperen.
  • I want to go camping. Ik wil gaan kamperen.
  • Why don't we go camping? Waarom gaan we niet kamperen?
  • We're going camping tomorrow. We gaan morgen kamperen.
  • The children went camping. De kinderen zijn gaan kamperen.
  • We won't be camping this weekend. We zullen dit weekend niet kamperen.
  • Sonia goes camping with her boyfriend. Sonia gaat met haar vriend kamperen.
  • Tom went on a camping trip with Mary. Tom ging op een kampeertocht met Maria.
  • We went on a camping trip last summer. We zijn afgelopen zomer op kampeertrip geweest.
  • Tom is going to go camping next weekend. Tom gaat volgend weekend kamperen.
  • A lot of people are interested in camping. Veel mensen zijn geïnteresseerd in kamperen.
  • To go camping, I bought a large backpack. Om te gaan kamperen heb ik een grote rugzak gekocht.
  • Will you go on a camping trip this year? Ga je dit jaar op kampeertrip?
  • Tom went on a camping trip with his father. Tom ging op een kampeertocht met zijn vader.
  • Tom went camping with one of his friends. Tom ging kamperen met één van zijn vrienden.
  • Spawn camping became detrimental to fair play. Spawn camping werd schadelijk voor eerlijk spel.
  • I went camping with a party of eight people. Ik ging kamperen met een gezelschap van acht mensen.
  • In front of the mall the homeless are camping. Voor het winkelcentrum liggen de daklozen te kamperen.
  • Will you be camping in the woods next month? Zal je volgende maand in het bos kamperen?
Learn "de kampeerplaats" forever

Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.

Learn this word →